De
witlappen of bavetten (bont)
De
witlappen ontlenen hun naam aan de sikkelvormige tekening of halve
maan die de ballon versiert. De sikkel of halve maan heeft in het
midden van de ballon een breedte van ± 5 cm die liefst puntig
op ± 2 cm van de ogen eindigt. Het middelpunt van de sikkel
ligt op ± 5 cm onder de bek. Deze sikkel wordt bij Gentse
kroppers ook wel eens slab of bavet genoemd. Bij een witlap is de
slab (bavet), de stuit en het onderlijf (voetbevedering en gierhakken)
en tenminste 7 maar niet meer dan 13 slagpennen wit. Je treft ze
aan met effen, gebande of geschelpte vleugelschilden. Bij de geschelpten
kan men 3 variëteiten onderscheiden nl. licht geschelpt, regelmatig
geschelpt en donker geschelpt. Witlappen mogen geen rozet hebben
op het vleugelschild zoals bij de Norwich of Engelse kropper. |