De witlappen of bavetten (bont)

De witlappen ontlenen hun naam aan de sikkelvormige tekening of halve maan die de ballon versiert. De sikkel of halve maan heeft in het midden van de ballon een breedte van ± 5 cm die liefst puntig op ± 2 cm van de ogen eindigt. Het middelpunt van de sikkel ligt op ± 5 cm onder de bek. Deze sikkel wordt bij Gentse kroppers ook wel eens slab of bavet genoemd. Bij een witlap is de slab (bavet), de stuit en het onderlijf (voetbevedering en gierhakken) en tenminste 7 maar niet meer dan 13 slagpennen wit. Je treft ze aan met effen, gebande of geschelpte vleugelschilden. Bij de geschelpten kan men 3 variëteiten onderscheiden nl. licht geschelpt, regelmatig geschelpt en donker geschelpt. Witlappen mogen geen rozet hebben op het vleugelschild zoals bij de Norwich of Engelse kropper.

     
 
     
 
Men spreekt in de volksmond ook vaak over ‘bavetten’. Het standaardniveau bij deze fraaie vogels ligt over het algemeen hoog. Er zijn voldoende fokdieren voorhanden en dit maakt dat verschillende kleurslagen populair zijn.
   

 Witlappen zijn er in de volgende kleurslagen:

Met effen mantel (vleugelschild):
Witlap zwart
Witlap rood
Witlap geel
Witlap leverkleurig of dun
Witlap lila

Met gebande of geschelpte mantel (vleugelschild):
Witlap blauw geband

Witlap Blauwzilver geband
Witlap roodzilver geband (zandvaal)
Witlap geelzilver geband (isabel)

Witlap blauw geschelpt
Witlap blauwzilver geschelpt
Witlap roodlzilver geschelpt (zandvaal)
Witlap geelzilver geschelp (isabel)

 
       
   
 
     
Vorige Volgende